Flexi-jobs
Hebt u een flexi-job? Als u aan bepaalde voorwaarden voldoet, komen de inkomsten uit uw flexi-job binnen bepaalde grenzen in aanmerking voor belastingvrijstelling.
Met een flexi-job kunt u naast uw hoofdberoep (of als gepensioneerde) werken en tegelijkertijd genieten van een gunstigere belastingregeling.
De inkomsten uit een flexi‑job kunnen geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld, op voorwaarde dat ze op sociaal vlak worden onderworpen aan een bijzondere bijdrage van 28 %.
Voorwaarden
Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen die met name betrekking hebben op uw hoofdberoep of uw hoedanigheid van gepensioneerde.
Voor meer informatie over de toepasselijke voorwaarden inzake sociale wetgeving kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ).
Vrijstellingen van inkomsten
Als u gepensioneerd bent
Als uw inkomsten uit een flexi-job zijn volledig vrijgesteld, ongeacht het bedrag, aangezien u niet onderworpen bent aan het jaarlijks plafondbedrag.
U wordt als gepensioneerde beschouwd als u een wettelijk pensioen uit de eerste pijler ontvangt, waaronder:
- vervroegd pensioen,
- overlevingspensioen.
- Als u overgangsuitkeringen ontvangt, tellen deze niet mee als pensioen.
- Uw status van gepensioneerde wordt beoordeeld op het moment dat u de prestatie verricht, en niet op het moment dat u wordt betaald. Twijfelt u over uw hoedanigheid van (niet-)gepensioneerde? Neem contact op met de RSZ.
Als gepensioneerde werknemer zijn uw bezoldigingen uit een flexi-job volledig vrijgesteld. U moet ze dus niet in uw aangifte vermelden.
Als u niet gepensioneerd bent
Als u niet gepensioneerd bent, geldt er een jaarlijks plafondbedrag voor de belastingvrijstelling van uw inkomsten uit een flexi-job.
Vergoedingen die niet aan de bijzondere bijdrage zijn onderworpen, zoals vergoedingen voor woon-werkverkeer, worden niet meegenomen in de berekening.
Plafondbedragen:
- Inkomsten 2025 (aanslagjaar 2026): 18.000 euro
- Inkomsten 2026 (aanslagjaar 2027): 18.440 euro
Als u aan alle voorwaarden voldoet en onder het plafondbedrag blijft, zijn uw inkomsten uit een flexi-job volledig vrijgesteld van belasting.
Uw inkomsten staan vermeld op uw inkomstenfiche(s) 281.10.
Als niet-gepensioneerde werknemer moet u de bezoldigingen uit een flexi-job die in aanmerking komen voor de vrijstelling, vermelden in de aangifte onder code 262.
Als u niet het hele jaar belastbaar bent
Als de belastbare periode onvolledig is (bijvoorbeeld als u in de loop van het jaar naar België komt of België verlaat), wordt het plafondbedrag proportioneel verminderd met het aantal maanden waarin u in België belastbaar bent.
Bij overschrijding van het plafondbedrag
Dit plafondbedrag geldt voor al uw inkomsten uit een flexi-job (eventueel bij meerdere werkgevers).
Als u dit bedrag overschrijdt, wordt het deel boven het plafond belastbaar. Dit deel wordt dan ook belast als een gewone bezoldiging in de inkomstenbelasting.
Als u bij een van uw werkgevers het plafondbedrag overschrijdt van bezoldigingen uit een flexi-job die u als niet-gepensioneerde werknemer mag ontvangen, wordt het deel dat dit bedrag overschrijdt belastbaar. Uw werkgever moet dit bedrag dan als bezoldiging vermelden onder code 250 op uw fiche 281.10 en de bedrijfsvoorheffing op dit deel inhouden.
Voorbeeld:
In 2025 werkt u als niet-gepensioneerde flexi-jobber voor één werkgever.
Deze werkgever betaalt u 21.000 euro aan bezoldigingen die aan de bijzondere bijdrage van 28 % zijn onderworpen.
Het geïndexeerd plafondbedrag voor 2025 bedraagt 18.000 euro. Dit betekent dat de limiet met 3.000 euro is overschreden.
Dit deel moet dus als een gewone bezoldiging worden belast.
Uw werkgever moet:
- de bedrijfsvoorheffing op deze 3.000 euro betalen,
- in uw fiche 281.10 het belastbaar bedrag (namelijk 3.000 euro) onder code 250 vermelden, alsook het bedrag van de bedrijfsvoorheffing onder code 286.
Als u bij meerdere werkgevers een flexi-job uitoefent, kan het zijn dat u bij elke werkgever afzonderlijk onder het plafondbedrag blijft, maar dat het totaal van de bezoldigingen hoger is dan het jaarlijks plafondbedrag.
Werkgevers hebben afzonderlijk geen kennis van de betalingen die door andere werkgevers worden verricht en kunnen daar dus geen rekening mee houden bij de beoordeling of het plafondbedrag al dan niet wordt overschreden.
In dat geval hoeft u de berekening niet zelf uit te voeren: deze gebeurt automatisch bij de berekening van de belasting.
Voorbeeld:
In 2025 werkt u als niet-gepensioneerde flexi-jobber voor drie werkgevers.
U ontvangt:
- 8.000 euro van werkgever A
- 7.000 euro van werkgever B
- 6.000 euro van werkgever C
Elk van uw werkgevers blijft onder het geïndexeerd plafondbedrag van 18.000 euro en weet niet wat u elders verdient. Als u echter al uw inkomsten die aan de bijzondere bijdrage zijn onderworpen bij elkaar optelt, komt u uit op 21.000 euro.
Aangezien het plafondbedrag 18.000 euro bedraagt, betekent dit dat de limiet met 3.000 euro is overschreden. Dit deel wordt belastbaar, net als een gewone bezoldiging.
U moet de bedragen op uw drie fiches 281.10 bij elkaar optellen, met name die onder de codes 250 en 262, en deze in uw aangifte vermelden. Het overschrijden van de limiet wordt automatisch berekend in uw aangifte op basis van de gegevens uit uw fiches 281.10.